Dark Light

In de serie Cultuurthermometer in de wijk schetsen we de stand van zaken rondom cultuureducatie en –participatie in de tien Utrechtse wijken, gezien door de ogen van onderwijsprofessionals die zich in de school bezighouden met kunst en cultuur. Waar liggen volgens hen kansen en uitdagingen voor de verschillende leerlingen in hun wijk?

Door Lisette in opdracht van Cultuur & School Utrecht

Na het eerste deel in de wijk Zuidwest (Kanaleneiland, Merwede en Transwijk) kijken we in dit tweede deel naar de buurten Rivierenwijk en Dichterswijk. Deze bijeenkomst vond afgelopen oktober plaats bij Basisschool De Wereldwijzer. Samen met twee cultuurcoördinatoren, een directeur en een leerkracht van twee scholen en een talentcoördinator van de Brede School namen we dit deel van de wijk onder de loep met de vraag: In hoeverre is er passend cultuuraanbod in de wijk onder én na schooltijd voor leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs?

Wijkschets Zuidwest, Rivierenwijk en Dichterswijk
In de buurten Rivierenwijk en Dichterswijk zijn in totaal 4 basisscholen (PO), waarvan 1 brede school, en 1 school voor middelbaar onderwijs (VO). Hier vind je meer achtergrondinformatie over cultuurparticipatie en het aantal leerlingen in de wijk Zuidwest.

Cultuureducatie po & vo in Zuidwest II

Op een kaart van de wijk plakken de deelnemers van de bijeenkomst stickers met het cultuuraanbod onder schooltijd voor PO en VO dat bij hen bekend is. In een hoek van de kaart plakken ze de stickers van culturele activiteiten waar hun leerlingen in de stad aan meedoen, dus buiten hun eigen wijk. Op die plek raakt de kaart voller en voller. In de wijk zelf blijft het in eerste instantie wat leeg.

“In de wijk zit niks, dus we gaan altijd naar de stad”, zegt één van de cultuurcoördinatoren. Gepassioneerd zoeken ze met elkaar naar meer voorbeelden. “Op mijn school zijn technieklessen en als ik in de les iets organiseer, valt dat er ook onder?” en “Hoort de bibliotheek er ook bij? En een creatieve broedplaats?”. Beiden liggen net buiten de wijk, over het water, maar horen er volgens de groep wel bij. “En zijn er eigenlijk kunstenaars in de wijk?”, vraagt iemand zich af. Prompt gaan de tips over en weer; een kunstenaar die muurschilderingen maakt en goede lessen verzorgt, de ‘Geluksroute’ geïnitieerd door twee ouders, professionele vakleerkrachten beeldend & muziek en technieklessen als warmmaker voor de naschoolse lessen. Ook het erfgoed wordt in dat kader genoemd; de watertoren, de Veilinghaven, de kerk en zelfs de voorzijde van een school.

Over onderschoolse activiteiten voor het VO is bij de deelnemers weinig bekend. “Er was bijna een samenwerking met het VO, waarbij hun leerlingen samen met leerlingen van het PO een buitenmuur van de gymzaal zouden beschilderen, maar dat mocht niet van de gemeente.”

Wat duidelijk wordt, is dat het in de buurten Rivierenwijk en Dichterswijk ontbreekt aan culturele voorzieningen. Er is geen theater of ander gebouw waar culturele (beweeg)activiteiten georganiseerd kunnen worden. Dat er een bijdrage betaald moet worden om gebruik te mogen maken van de kerk vinden de deelnemers een gemiste kans.

“Hoe leuk zou het zijn als we voor onze eindmusical een ruimte kunnen huren waar professionele spullen zijn, met een echt podium en een zaal?

Nog een knelpunt is vervoer. Veel leerlingen van één van de scholen hebben geen fiets, dus zijn ze afhankelijk van bussen en die zijn duur, volgens de cultuurcoördinator. Scholen kunnen minder activiteiten aanbieden als een deel van het budget naar vervoerskosten gaat. Op de vraag ‘wat als alles in de wijk zou zijn?’ antwoorden de deelnemers dat ook ‘de wijk uit’ gaan belangrijk is, want veel leerlingen komen juist nooit buiten hun wijk.

“Toen we vorig jaar de stad in gingen voor een museumbezoek zaten leerlingen met hun neuzen tegen het raam van de bus geplakt; ‘We zijn in de stad!

De gezamenlijke conclusie is “Als wij niks doen, dan is er niks”. De wijk krijgt hiermee 0 punten voor onderschools aanbod voor het PO en ook 0 punten voor VO.

Cultuurparticipatie po & vo in Zuidwest II

Ook voor het naschoolse aanbod worden stickers op de kaart geplakt. Dit keer zijn het er meer. Er wordt van alles aangeboden voor een brede doelgroep op het gebied van muziek, zang, dans, techniek en beeldende kunst. “Er zijn genoeg mogelijkheden om kennis te maken met allerlei disciplines.” Leerlingen ondernemen zelf ook veel op het gebied van muziek en sport, hoewel ze dan vaak naar de stad gaan.

Opnieuw gaan de tips over een weer en zelfs de smartphones worden erbij gehaald, op zoek naar voorbeelden. “Wat leuk; er zijn theaterlessen in de wijk! Daar gaan we eens aanbellen”. Er ontstaan meteen ideeën om wat er gebeurt in de wijk zichtbaar te maken door foto’s te delen of een verslagje te schrijven voor in de wijkkrant.

Er is wel een kanttekening. De talentcoördinator geeft aan veel naschools aanbod te organiseren vanuit de brede school, maar dit is veelal periodiek. “We proberen wel structureel dingen aan te bieden, maar structurele activiteiten zijn kostbaar. Bovendien willen aanbieders vaak niet meer dan 12 kinderen per groep.” Daarnaast ligt er de wens om gebruik te kunnen maken van elkaars aanbod. Nu is dat vaak niet mogelijk vanwege interne budgetten die niet zomaar voor een andere doelgroep mogen worden ingezet. En leerlingen wonen soms in een andere wijk dan waar de school staat. Dan zou het logischer zijn dat ze in die wijk naschoolse activiteiten ondernemen. Waar het kan maken de drie scholen daar al afspraken over met elkaar.

“Waarom mogen leerlingen niet gebruikmaken van activiteiten op een andere school en andersom? Daar zie ik nog kansen.

De conclusie is dat er op het gebied van naschools aanbod meer gebeurt dan onder schooltijd, maar nog niet op alle vlakken en niet voor iedereen. 1 punt voor zowel PO als voor VO.

Conclusie Cultuurthermometer Zuidwest II

Wat de deelnemers aan de bijeenkomst verbindt, is de motivatie om te delen. Om het samen te doen, school en wijk overstijgend. Eén van de deelnemers vertelt hoe belangrijk het is dat leerlingen gebruik kunnen maken van elkaars aanbod en elkaars voorzieningen. Het naschoolse cultuuraanbod scoort, hoewel ook wat mager, hoger dan het cultuuraanbod onder schooltijd, tenzij scholen dit zelf organiseren. De deelnemers vragen zich af hoe volledig hun overzicht is. Ze hebben weinig tot geen zicht op wat er voor het VO is. “En wat gebeurt er als leerlingen zelf stickers op de kaart mogen plakken als we ze vragen wat ze na school doen?” vraagt iemand. De kaart blijft daarom nog een week hangen, want iedereen is benieuwd of hun leerlingen nog met verrassingen komen. Helaas is dat niet het geval: ook leerlingen blijken geen zicht te hebben op wat er voor hen wordt georganiseerd.

Net als bij de buurten Kanaleneiland, Merwede en Transwijk zijn budget en afstand een beperking. De deelnemers benadrukken de rol van de gemeente en een directeur vraagt zich af waarom de gemeente niet aanwezig is bij deze bijeenkomst. Er is vooral behoefte aan geld voor structureel aanbod, omdat dit leerlingen de mogelijkheid geeft om contacten te leggen met hun buurtgenootjes. Een tweede wens is een multifunctionele theaterruimte, met plek voor beweegactiviteiten. Al is het maar op één school. Of is hier misschien een rol voor de creatieve broedplaats weggelegd? Want soms zijn oplossingen ook gewoon heel praktisch; “Een bruggetje of een pondje om bij die broedplaats te komen”.

Voor Cultuur & School Utrecht versloeg ik het tweede en derde deel van de bijeenkomsten in de serie Cultuurthermometer in de wijk. Ik verzorgde zowel tekst als fotografie. Het originele artikel vind je op www.cultuurenschoolutrecht.nl

Gerelateerde projecten